Top of this page
Skip navigation, go straight to the content

Cursor, 06-05-2004

Dommel zwaar vervuild

Het nemen van een monster uit de Dommel op het TU/e-terrein. Foto: Bart van Overbeeke

 

Tijdens de Intro en bij andere studentikoze activiteiten liggen regelmatig TU/e-studenten in het water, vissers proberen wat aan de lijn te krijgen en hij doorkruist het Brabantse landschap rond Eindhoven en Den Bosch: de Dommel. Niets mee aan de hand, zou je op het eerste gezicht zeggen. Het tegendeel is waar. Het riviertje de Dommel is zwaar vervuild, vooral met zink en cadmium.

Peter van Delft, zesdejaarsstudent Scheikundige Technologie, en Johan van de Sande, coördinator van de Chemiewinkel van de TU/e, namen op woensdag 31 maart een monster van het slib van de Dommel. Dit gebeurde achter het Auditorium. Het monster is door Van de Sande, tevens propedeuse onderwijsassistent van de faculteit Scheikundige Technologie, op zink en cadmium onderzocht. Uit een eerder onderzoek van Van de Sande -van 17 februari 1995- bleek namelijk al dat deze stoffen het meest aanwezig zijn in het Dommelslib. Uit het recente onderzoek blijkt dat het gehalte aan cadmium 3,6 keer hoger is dan de interventiewaarde. De hoeveelheid zink is 2,2 meer dan de interventiewaarde. Bij overschrijding van de kritieke waarde, de interventiewaarde, is op korte of langere termijn grote schoonmaak nodig om de zware vervuiling aan te pakken. “Als je echt iets wil zeggen over het milieu, moet je meerdere monsters nemen”, zegt Van de Sande. “Maar ik durf er mijn hand voor in het vuur te steken dat als je honderd monsters neemt uit het stuk Dommel op de campus, je nog steeds boven de interventiewaarde uitkomt.”

 

Ophoping
Cadmium en zink mogen in de bodem voorkomen, voor cadmium wordt gestreefd naar 0,8 milligram per kilogram droge stof (mg/kg ds) en voor zink naar 140 mg/kg ds. De interventiewaarde ligt op respectievelijk 12 mg/kg ds en 720 mg/kg ds. De waarden van cadmium en zink in de Dommel overschrijden ruim de interventiewaarde.
De metalen hechten zich aan het slib en zitten over het algemeen niet in het water. “Cadmium is niet af te breken, zoals bijvoorbeeld een organische verbinding”, zegt Van de Sande. “Misschien is het over duizend jaar wel hier weggespoeld, en dan zit het in de Noordzee.”
Cadmium is schadelijk voor de mens. Het is bekend dat cadmium zich in de nieren en lever ophoopt. Het wordt beschouwd als een kankerverwekkende stof. Het zware metaal wordt vrij gemakkelijk door bladgroenten opgenomen. Zink is niet direct giftig; het is immers nodig voor de opbouw van tientallen enzymen in het lichaam. Zeer hoge doses kunnen wel misselijkheid en diarree veroorzaken. Planten nemen vaak zoveel zink op dat hun systemen het niet meer aankunnen.
In de Dommel zwemmen is niet direct gevaarlijk. De vervuiling zit vooral in het slib, en niet in het water. Bovendien moet je een behoorlijke dosis binnen krijgen voordat je er ziek van wordt.
De oorzaak van de vervuiling is onder andere een zinkfabriek bij het Belgische Neerpelt, deze loost nog direct op de Dommel. Volgens een artikel dat in de Volkskrant van 18 maart 2004 verscheen, stromen met het rivierwater jaarlijks dertigduizend kilo zink en duizend kilo cadmium bij Borkel en Schaft het land binnen. Daarnaast dragen vier andere Vlaamse zinkfabrieken, de zinkfabriek in Budel en de intensieve veehouderij hun steentje bij aan de vervuiling, aldus de krant.

 

Werkzaamheden
Op 18 maart is begonnen met het uitbaggeren van slibvangen De Klotputten, ter hoogte van knooppunt De Hogt, en De Vleut in de Tongelreep, een zijriviertje van de Dommel. Beide waren geheel dichtgeslibd en verloren daardoor hun functie. De bedoeling is dat deze slibvangen het zand en slib, waaraan de zware metalen verbonden zijn, afvangen. Het zwaar verontreinigde slib moet afgegraven en verwerkt worden. Waterschap De Dommel verwacht dat de werkzaamheden in oktober 2006 klaar zijn. Volgens watergraaf Peter Glas van het waterschap zijn er voor aanpak van de rest van de Dommel nog geen plannen. “Een baggeractie voor de hele Dommel zou veel te duur worden”, aldus Glas. “Wel worden bepaalde stukken aangepakt, bijvoorbeeld de Dommel door Boxtel.” Aan het stuk op de campus gebeurt dus voorlopig niets.
Volgens de watergraaf kon er nu pas gebaggerd worden omdat nu een cofinanciering mogelijk is van de provincie en het rijk. “Bovendien maakt nieuwe techniek het mogelijk de fracties te scheiden en efficiënt te verwerken.”
Bij de herinrichting van zandvang De Klotputten moet tweehonderdduizend kubieke meter vervuilde specie verwijderd worden. Een klein gedeelte van de Klotputten zal dienst doen als zandvang, de rest als slibvang. Voor De Vleut in de Tongelreep heeft men gekozen voor een ‘slimme zandvang’. Dat is een korte, verdiepte bak in de beek waar wel het zand, maar niet het vervuilde slib in kan bezinken. De slibvang ligt achter de zandvang. Ook hier wordt de zandvang eens in de zes jaar geleegd en de slibvang eens in de vijftien jaar. De specie wordt per pijpleiding vervoerd naar de verwerkingslocatie in de gemeente Waalre. De Dommel bij De Klotputten was te zwaar vervuild voor een ‘slimme zandvang’./.